Skip to content

Leendert Thomas

Persoonlijk verhaal van Leendert Thomas.
Het verhaal van mijn vader Leendert Thomas (1915- 1972) een inheemse soldaat met Europees geboorterecht

Auteur: Gerda Thomas

1. Ik zoek mijn halfzus en vind mijn vader:

Na het overlijden van mijn vader op 25 mei 1972, hij was net 57 jaar geworden, vertelde mijn moeder van het bestaan van een kind, een meisje, in Australië. Zij was de dochter van mijn vader maar niet van mijn moeder. Dit was voor mij de aanleiding om te onderzoeken waarom, hoe en wanneer mijn vader in Australië terecht was gekomen. Ik wist nagenoeg niets over hem. Als jongste van de 5 oudsten in het gezin werd met mij geen informatie over mijn vader gedeeld. Het leeftijdsverschil tussen mij en mijn zussen en broer was groot: 11, 8, 6 en 5 jaar. Zij waren vroeg het huis uit. Rond mijn 10-11 jaar werd mijn vader ziek. Hij werd in een verpleeghuis ondergebracht en na lang ziekbed stierf hij. Ik was nog 13 jaar oud en was het oudste thuiswonende kind.

Eind 2015 had ik inmiddels zoveel informatie gevonden dat ik het aandurfde mij op te gegeven voor het 10-jarig jubileum van de Bronbeek themazondag bijeenkomsten: “Het podium is voor u”. Mijn korte voordracht was een postuum eerbetoon aan mijn vader ik noemde mijn voordracht “Ik zoek mijn halfzus en vind mijn vader”. Mijn verdere zoektocht naar mijn halfzus bracht mij in 2021 in contact met de leden van de projectgroep Verzet Timor 1942. Zij streefden naar meer bekendheid van de Timor Guerrilla en erkenning van de Timor veteranen.

De gegevens die ik heb gebruikt zijn gegevens uit officiële stukken die gevonden zijn in archieven bij het NIOD, NIMH, Bronbeek, Nationaal Archief en diverse informatie van de projectleden ‘Timor verzet 1942’. Waaronder dagboeken, stamboekgegevens van mijn vader, flarden van gesprekken die ik als kind had opgevangen van mijn vader en gesprekken die ik heb gevoerd met mijn moeder. Ook heb ik informatie gekregen uit persoonlijke gesprekken met een nabestaande van Frits Jansen, een vriend en mede Timor veteraan, van mijn vader.

2. Afkomst Leendert Thomas

Mijn vader Leendert Thomas werd geboren op 8 mei 1915 te Soerabaja Oost-Java.

Familie Thomas omstreeks 1912

Hij was de jongste zoon uit een gezin van 11 kinderen. Zijn ouders waren Herman Thomas (geboren 3 augustus 1866 te Madioen en overleden 11 december 1920 te Banjoewangi) en zijn 2e vrouw Johanna Naatje Mallien (geboren 16 februari 1875 te Soerabaja en overleden 5 oktober 1955 te Probolinggo). Ze trouwden op 16 mei 1908 te Bangil. Herman had uit een eerder huwelijk ook al kinderen. Zowel de voorouders van Herman Thomas als Johanna Naatje Malien stonden geregistreerd in de Europese Regeringsalmanakken. Ze waren daardoor Europese ingezetenen. Beiden hadden een voorvader die in de 18e eeuw uit Europa kwam. Verder waren ze van inheemse afkomst. In het in klassen verdeelde Nederlands-Indië werd Europese ingezetenen voorrechten verleend, zoals het volgen van onderwijs.

Leendert Thomas was 5 jaar oud toen zijn vader overleed. Zijn moeder woonde in Paree (Kediri, Java) en ging bij oudere kinderen uit zijn vaders eerste huwelijk wonen. Leendert werd van zijn moeder gescheiden en naar een Protestants Christelijk weeshuis voor jongens in Semarang gestuurd, dat lag meer dan 200 km van Paree vandaan. Mijn vader vertelde dat daar meer slaag dan eten werd uitgedeeld. De jongere kinderen werden door de oudere jongens erop uit gestuurd om eten te stelen. Hij vertelde mijn moeder dat hij hier gewetenswroeging over had.
Hij volgde in Semarang onderwijs op de Europese Lagere school van 1928 tot 1932. Vervolgens volgde hij vakonderwijs op de Ambachtsschool. Enkele jaren daarna werd hij machinist/wachtdoener op papierfabriek “Letjes” te Probolingo.

3. Periode als dienstplichtig soldaat/militie soldaat:
1934, November (19 jaar) Mijn vader werd opgeroepen voor militaire dienstplicht en werd hij ingelijfd bij 2e bataljon genie troepen (IIe Bat.Gi.Tpn) en onderging zijn eerste militaire oefeningen.
1935, Mei – november 1939 ging hij met groot verlof. Hij was gedurende deze periode kleine landbouwer. Hij volgde de politieopleiding te Soekaboemi van januari – juni 1936 en was tot december 1937 werkzaam als agent bij de bereden politie. Van februari 1938 – mei 1940 was hij in dienst als werknemer bij een suikerfabriek te Pradjekan.
1939, November werd hij teruggeroepen voor de eerste herhalingsoefeningen bij het 2e Bataljon van de Genie Troepen.

4. KNIL periode in werkelijke dienst:
1940, Mei, Leendert werd teruggeroepen bij het 2e Bataljon van de genie troepen voor buitengewone opkomst militaire dienst. Dit betekende om de 3 maanden 28 dagen opkomst.
1941, 7 December Japanse aanval op Pearl Harbor.
1941, 8 December verklaarde Nederland de oorlog aan Japan. En werd de algehele mobilisatie afgekondigd.
1941, 10 december, Leendert keerde weer terug bij het 2e bataljon Genie Troepen (IIe Bat.Gi.Tpn).

5. Timor:
1941, 15 December, werd mijn vader (26 jaar) met zijn bataljon ingezet bij de Timor-Dilly expeditie. De manschappen werden verscheept naar Timor. De genie bestond uit 2 brigades pioniers en bedieningspersoneel voor 11 draagbare zoeklichten, plus telefoon- en radiopersoneel. Zijn commandant was W. Muusze en had ca 80 man onder zich. Zij kwamen onder commando van N.L.W. Van Straten.

Op 8 maart 1942, drie maanden nadat Nederland Japan de oorlog had verklaard, capituleerde het KNIL/Nederland in Nederlands-Indië. Echter een aantal KNIL/Australiërs op Timor gaven zich niet over en begonnen een guerrilla oorlog op Portugees Timor tegen een grote Japanse overmacht. Mijn vader behoorde tot deze manschappen, die door bleven vechten.

1942, De guerrillastrijd werd gevoerd van februari 1942 – december 1942.
Het landschap van Timor kenmerkte zich door oerwoud, ruig terrein en ravijnen. De inwoners waren verdeeld in pro – en contra Japanse overheersing. Mijn vader sprak heel weinig over deze periode. Hij heeft ooit eens verteld dat hij twee keer gewond was geraakt in zijn linkerarm en dat het de bedoeling was hem te raken in het hart. Hij werd eenmaal door een kogel en eenmaal door een speer geraakt. Van deze opgelopen verwondingen vond ik bevestiging in het Dagboek Nederlandse Troepen te Timor 28 juni 1942, aantekeningen van Brodie en in Opgave gewonde militairen tijdens een strafexpeditie. Er staat: “De inwoners van Fatumalaka/Tatumalaka schenen een soort stelling te hebben ingericht om de kampong. En hebben weerstand geboden met karabijn vuur en pijl en boog. Aan onze zijde een licht gewonde nl. Thomas, een schot in de arm. Herstelt in Timor
Verder in Stabelan deel 11 pag 533 van Paul de Vrijer: “Wij hadden dus de gewonde, de soldaat Thomas; een schot door het vlees van zijn bovenarm. Ik herhaal dit speciaal, omdat Thomas tijdens het Japanse Augustus offensief en aangevallen door een bende vijandige Timorezen, een speer-wond op precies dezelfde plaats kreeg”. Ondanks de Japanse overmacht hielden de gezamenlijke KNIL militairen en Australische troepen op Timor stand

Mijn vader en andere overlevenden, zowel militairen als enkele Timorezen, konden uiteindelijk worden geëvacueerd op 10 december 1942. Van de 600 KNIL militairen waren er slechts 192 die het hadden overleefd.
De reddingsactie werd uitgevoerd door een moderne Nederlandse torpedobootjager Hr. Ms. Tjerk Hiddes. Een schip met Nederlandse bemanning. De opgepikte KNIL militairen waren verrast toen ze Nederlands hoorden. De reddingsmissie werd met de groots mogelijke geheimhouding gepland en uitgevoerd. Eerdere reddingsacties waren allemaal mislukt met catastrofale/rampzalige gevolgen en met vele slachtoffers.

1942, 11 December de Tjerk Hiddes kwam met de eerste groep geëvacueerden aan in Darwin, Australië. Aan boord kregen zij voor het eerst na een lange periode van honger en afzien vers wit brood, boter, kaas, jam en hete thee. En hadden zij gelegenheid om bijvoorbeeld Engels te leren en contact te leggen met de Australische guerrilla’s strijders van de Independent Compagnie die net als zij mee konden in deze eerste lichting van de reddingsactie.

6. Australië medio december 1942 tot eind 1944
1942, 11 December. Aankomst in Darwin in het Noorden van Australië. De geëvacueerde KNIL guerrilla’s werden per bussen, treinen en trucks vervoerd naar de 3700 km verderop in het zuiden gelegen Melbourne. Onderweg van Darwin naar Melbourne werden zij door de bevolking onthaald en welkom geheten.
1943, 27 januari aankomst van de guerrilla’s in het Darley Camp, nabij Melbourne.
1943, 27 Januari tot 5 april 1944 werd Leendert Thomas als militie brigadier ingedeeld bij nr.

ID 3 NEI van Leendert Thomas

 3 NEI compagnie, militie brigadier. Tussen de aangekomen militairen en het plaatselijke vrouwelijk schoon ontstonden relaties. Dit gebeurde ook tussen mijn vader en een Australische vrouw. Deze heeft hij vermoedelijk nabij Camp Darley ontmoet. Uit deze relatie is een dochter geboren maar er volgde geen huwelijk want het leger trok verder ten strijde, vrouw en kind achterlatend. Dit kind is de halfzus waarnaar ik nog steeds op zoek ben.

7. Oprichting 1e bataljon K.N.I.L.
1944, 5 April werd Leendert overgeplaatst naar het 1500km verderop gelegen Casino nabij Brisbane en werd hij ingedeeld bij M.M.D. (Militairy Medical Drill).
In deze periode konden de mannen aansterken en zich ontspannen. Naar verluidt heeft hij in

1944 Brisbane, Hawaiian band

een band gespeeld. Een foto van de band met Hawaï danseressen in Allied (HQ) Head-Quarter, Somerville House te Brisbane. Foto: Mijn vader staat niet op deze foto. Maar rechtsboven wel Frits Jansen die trouwde met de Australische dame Joyce Green, linksonder op deze foto. Mijn vader had in Nederland regelmatig contact met dit echtpaar.

Op 1 juni 1944 werd in het Victory Camp N.S.W. (New South Wales) het 1e bataljon K.N.I.L. opgericht. Hiermee werd de eerste grote eenheid van het nieuwe K.N.I.L. gevormd. In de Uitgave van de Militaire spectator 1947 staat hierover geschreven:
De Linker-Helft, later het “Technische Bataljon”onder Cdo van de Lt.Kol. IJsseldijk, voornamelijk bestaande uit B.P.M. (Bataafse Petroleum Maatschappij) – en ex-K.P.M. Koninklijk Paketvaart Maatschappij-personeel, en bestemd om in de strijd te worden gebracht t.b.v. de oliewinning direct na de ophanden zijnde verovering van de olievelden te Tarakan en Balikpapan op Borneo.
Mijn vader werd in de 1e instantie ingedeeld deze Linker-Helft, vermoedelijk als tolk, maar later ingedeeld bij de
Rechter-Helft, het “Strijdend Gedeelte” genoemd. Deze was onder commando van de Lt. Kol der Inf. Breemouer, en bestond uit: de 1e en 2e Cie “overzee”. De 1e en 2e Cie “overzee bestond uit Surinaamse Oorlogsvrijwilligers en de 3e N.E.I. Coy Netherlands East Indies De zgn “Timor-Coy” die in December 1942 waren geëvacueerd van Timor naar Australië. Het waren “tolken- en gidsen-gevechtsgroepen”, die voor een deel waren ingedeeld bij Amerikaanse eenheden in de Pacific. Dit “Strijdend Gedeelte” werd op 15 November 1944 omgedoopt tot 1e Bataljon Infanterie en werd na 14 maanden training en opleiding bij de “Jungle Warfare School” weer terug in de strijd gebracht.

Darley Camp: mijn vader 2e rij links, met gezicht net zichtbaar, tijdens de decoratie van Breemouer, Zijlstra BK 26 april 1943

8. Decoraties:

Medailles van L. Thomas

Mijn vader ontving op 3 februari 1943 op Darley Camp het Ereteken voor bijzondere Krijgsbedrijven met gesp “Timor 1942” en op 1 november 1944 werd hem ook het Oorlogsherinneringskruis toegekend.

1944, 21 December te Brisbane werd mijn vader bevorderd tot Militie sergeant 1e klas.

Toekenning medailles L.Thomas

9. April 1945 tot en met augustus 1949 terug in de strijd en reorganisaties:
1945, April werd mijn vader vanuit Australië overgeplaatst naar troepen 1e compagnie op verzamelpunt te Morotai (op Noord-Molukken). Hij zou nooit meer in Australië terugkeren.
In twee golven werden de Politionele acties op Java en Sumatra door Nederland uitgevoerd. De 1e Politionele actie was van 21 juli tot en met 5 aug 1947. Oftwel operatie Product. De 2e Politionele actie was van 19 december 1948 tot en met 5 januari 1949.

 10. Mijn vader was betrokken in de strijd op Borneo
1945 Juni landingen met de 1e Bat.Inf. te Balikpapan op Borneo.
1945 Leendert ontmoette mijn moeder Intanijah Binti Tarsid (27-08-1926 – 26-03-2022), inheemse vrouw uit

Intanijah Binti Tarsid en Leendert ThomasBanjarmasin.

De plaatselijke bevolking werd door de Japanners gebruikt als levend schild tegen de geallieerden en ze werden het moeras ingedreven. Toen de geallieerden de Japanners verjoegen, keerde de bevolking terug uit het moeras. Mijn vader moest de gewonden ophalen. Mijn moeder zat daarbij. Hij bleef voor haar zorgen tijdens haar herstel in het militair hospitaal. Ze bleven daarna bij elkaar.

1945 15 augustus, Japan Capituleerde.
1945 17 augustus, Soekarno riep de republiek Indonesië uit. De vrijheidsstrijd/de Bersiap periode brak aan.
1945 September, Leendert werd bij het L.O.C. (Leger organisatie Centrum) te Balikpapan geplaatst
1946, 10 September na weer een reorganisatie werd Leendert gedetacheerd naar het 7-Inf. XIIIe Bat. Infanterie te Balikpapan/Pangkalan-Boen.
1947 Mei Leendert en Intinijah krijgen te Barabai hun 1e dochter.

Leendert Thomas op de voorste rij tweede van links. Koninginnedag te Pankalan-Boen vermoedelijk 1947

1947, 16 april – juli 1950 Zuidoost Borneo.
Mijn vader werd gedetacheerd bij K.M.G./L.T.D. als kwartier meester generaal/Leger Technische Dienst. Hij werkte als automonteur en groepscommandant in administratie bij het Tpn.Det.Stkw. (Troepen detachement Stkw.) te Banjarmasin.

Mijn ouders trouwen op 24 mei 1950 te Banjarmasin voor de Nederlandse wet. Mijn moeder krijgt hierdoor eveneens Europese rechten. En als getrouwde vrouw mocht ze mee als haar man werd uitgezonden.

11. 1950, 26 juli opheffing van het KNIL.
In een bief aan mijn vader staat dat vanwege een reorganisatie van het KNIL zijn dienstverband bij LTD op 31 juli 1950 is opgeheven. De militairen die ontslagen waren uit het KNIL werden allemaal onder dienstopdracht van de KL (Koninklijke Landmacht) gebracht.

Leendert Thomas en zijn vrouw en kind werden van Banjarmasin naar Java overgeplaatst. Hij werd ingezet voor de strijd te Malang en Soerabaja. Tijdens de oversteek van Balikpapan, Borneo naar Soerabaja, Java wordt aan boord van de SS. Zuiderkruis eind augustus 1950 hun 2e kind geboren, eveneens een dochter.

12. Warga Negara
Koningin Juliana hield in 1950 een toespraak waarin de inheemse KNIL soldaten werden bedankt en meldde dat het nieuwe Indonesië hun nieuwe land zou worden (link naar historiek.net): “Nederland laat U gaan, Indonesiërs, in het volle vertrouwen, dat gij de goede zaak van Uw land trouw zult weten te dienen. Nederland verwelkomt U terug, Nederlanders, in zijn midden en ontvangt U naar zijn beste vermogen.” Er werd voorgelegd Warga Negara (Indonesisch staatsburger) te worden en zich aan te sluiten bij de TNI/APRIS (Indonesische leger). Om hun nieuwe land op te bouwen. Met andere woorden Inheemse KNIL-militairen waren niet welkom in Nederland. Het was een ondankbare en gemakkelijke manier om zich van een groep mensen te ontdoen die jarenlang voor de Nederlands vlag en het Koningshuis hadden gestreden. Hun inzet werd daarmee niet erkend. Noch mijn vader en noch mijn moeder hadden Nederlands bloed. Zij die geen Nederlands bloed door de aderen hadden stromen kregen van de Nederlandse Regering geen toestemming om naar Nederland te komen. Mijn vader voelde zich verraden. Hij had gevochten voor de Nederlandse vlag, Koningin en vaderland. Door hun loyaliteit verkeerden de loyaal gebleven militairen en hun gezinnen in levensgevaar. Er waren al dienstmakkers, zonder Nederlands bloed, verdwenen, hoogstwaarschijnlijk vermoord. Hetgeen ook mijn vader en zijn gezin te wachten stond als hij zich bij de TNI/APRIS zou aanmelden. Mijn moeder drong bij mijn vader aan om toch naar Nederland te vluchten. Met behulp van een kleine naamswijziging en hulp van Molukse militaire collega’s is het hen gelukt zich op 5 april 1951 in te schepen op het Moluks troepenschip “New Australia”. Het was door wanhoop gedreven dat mijn vader zich als Ambonees militair heeft ingescheept om zijn vrouw, 2 dochters en het 11 jaar jongere jongste zusje van mijn moeder in veiligheid te brengen.

13. Aankomst in Nederland
Het schip De New Australia vertrok op 7 april van de IJmuidenkade in de haven van Soerabaja. Aan boord 497 KL-militairen en 1083 Molukse ex-KNIL militairen met gezinsleden. Op 29 april 1951 kwam dit 5e transport van Molukse ex-KNIL militairen en hun gezinnen aan in de haven van Amsterdam. Ze werden eerst naar kamp Amersfoort gebracht waar ze vervolgens op TBC werden doorgelicht. Het gezin werd vervolgens naar Kamp Pieterberg te Westerbork in Drenthe gebracht, rond die tijd omgedoopt tot kamp Schattenberg. Daar kregen deze KL soldaten te horen dat ze allemaal waren ontslagen uit militaire dienst. Ze mochten niet overgaan naar het Nederlands leger. Ze mochten ook niet werken en werden werkloos. Ontdekt als niet-Ambonezen volgden er meerdere verhuizingen van pension naar pension plaats : Leersum, twee maal in Assen. Noordbroek, Schiedam.

Zij kwamen in een sterk verzuild Nederland aan. Een land wat na de oorlog met Duitsland in wederopbouw was. Er heerste een groot woningtekort. Nederland werd te vol ervaren. Juist in de tijd van aankomst van grote aantallen mensen uit voormalig Nederlands Indië in 1951 werd de Nederlandse bevolking door de overheid via reclameboodschappen opgeroepen en gestimuleerd met subsidies te emigreren naar o.a. Canada, Nieuw Zeeland, de Verenigde Staten en Australië. Hier gaven vele Nederlanders gehoor aan.

1951, April 1951 – april 1952 mijn vader was werkloos. Al zijn diploma’s werden ongeldig verklaard. De diploma’s waren niet naar Nederlandse norm. Hij moest lopendebandwerk aanvaarden. In de 4 jaar na aankomst volgden verschillende verhuizingen, meestal door wisselen van baan.

14. Nederlands Nieuw-Guinea
1955, Toen de mogelijkheid zich voordeed om terug te keren naar de tropen om daar een nieuw bestaan op te

Leendert Thomas, staand 2e van links, bij de Marine bij het MacArthur monument op Nieuw-Guinea.

bouwen in Nederlands Nieuw-Guinea, heeft mijn vader ingetekend als voor een kortdienstverband bij de marine. Hij is vooruit vertrokken, mijn moeder, met inmiddels 4 kinderen in de leeftijd 8, 6, 4, 2 jaar oud, volgde hem enkele maanden later.

1955, 20 juni kwam Leendert in Nederlands Nieuw-Guinea aan. Als Korporaal bij de Marine.
1955, 22 augustus, zijn vrouw en 4 kinderen kwamen met het vliegtuig op Biak aan.
1958, 1 augustus tot juli 1962 was hij Opziener Gevangeniswezen te Hollandia

15. Repatriëring vanuit NL Nieuw-Guinea naar Nederland
1962, Door de aanstaande overdracht van Nieuw-Guinea en de onlusten en gevechten met Indonesische troepen verlieten mijn moeder en ons, 7 kinderen, Nederlands Nieuw-Guinea. Ik en mijn 2 jaar jongere broertje waren in Nederlands Nieuw-Guinea geboren. En een zusje die tijdens Groot Verlof in Den Haag was geboren. Zonder vader verliet ons gezin Biak per vliegtuig richting Nederland. Onze vader moest vanwege de gevechten met Indonesische troepen daar blijven. Het was Nederlands laatste oorlog. Wij kinderen met onze moeder werden opgevangen in een kazerne in Wezep in de buurt van Zwolle. Van hieruit werd het gezin ondergebracht in een pension in Vorden.

1963, Onze vader overleefde de oorlog in Nieuw Guinea en keert terug naar zijn gezin. Het gezin verhuisde van pension naar pension. Vorden, Apeldoorn, Soest-Birkhoven. Er is schaarste op de arbeidsmarkt. Mijn vader accepteerde wederom lopende band werk. Er moest eten op de plank komen.

1965, 1 november: uiteindelijk kreeg het gezin een eigen woning te Amersfoort. Mijn vader moest van hieruit op de brommer, soms in de in de snijdende vrieskou, naar het werk in Soest.

1969. Het gezin Thomas met de 6 jongste kinderen, mijn vader links, ikzelf ernaast

16. Ziekbed en overlijden

Op zijn 53e jaar werd mijn vader ziek. Hij wordt getroffen door diverse hersenbloedingen en wordt later ondergebracht in een verpleeghuis in de buurt van Amersfoort.

Op 25 mei 1972 overleed hij in een ziekenhuisbed in onze woonplaats. Hij was toen net 57 jaar geworden. Na zijn overlijden was mijn moeder alleen met 9 kinderen, waarvan er op dat moment 5 thuiswonend waren in de leeftijd van 6 tot 13 jaar.

17. Tot slot

Mijn vader heeft een leven vol strijd en oorlog meegemaakt. Ook mijn moeder is hier niet van verschoond gebleven. Ik heb de man die hij ooit is geweest in zijn jonge jaren nooit gekend, maar heb een beeld kunnen krijgen van wat hem heeft voortgedreven en hem heeft gemaakt tot de man die ik heb leren kennen. Mijn vader was een aangeslagen man. Getekend door zijn verblijf in het weeshuis, de vele oorlogen en de strijd om bestaan al vanaf zijn jongste jaren tot het moment dat hij alles moest opgeven waar hij zijn leven voor had willen opofferen. Hij heeft meegemaakt hoe anderen van zijn legereenheid dit hebben moeten ondergaan. Het was een bittere pil dat hij na 20 jaar trouwe dienst geen erkenning kreeg van de Nederlandse Staat. Bovendien kreeg de strijd in Timor nergens aandacht. Zij hebben hun leven gegeven. Het hoogste offer gebracht in de strijd voor De Nederlandse vlag, Koningin en Vaderland. Mijn vader stierf ziek, gebroken en verbitterd.

De pijn, het verdriet, het onrecht, het verlies van hun land Nederlands Indië, geen erkenning, de heimwee, de migratie naar Nederland wat het gevoel van ontheemd zijn heeft gegeven, de verschrikkingen die mijn ouders hebben meegemaakt in hun leven is ons, hun kinderen, niet voorbij gegaan. Ondanks dat zie ik voor ons, zijn kinderen, de taak ons leven richting te geven met zoveel mogelijk vrede wat in ons vermogen ligt. Mijn moeder is altijd zijn weduwe gebleven. Op 26 maart 2022, 50 Jaar na het overlijden van mijn vader, is mijn moeder overleden, zij is 95 jaar geworden. Haar jongste zoon was toen net zo oud als haar man toen hij overleed.

3 januari 2023, Gerda Thomas

Een reactie plaatsen

Your email address will not be published. Required fields are marked *