Skip to content

KNIL verzet Timor 1942 

Henk van Duijl

Door Gerard van Haren met dank aan Bert en Ab van Duijl.

Kapitein Henk van Duijl in 1946

Inleiding

Hendrik (Henk) van Duijl is op 5 maart 1907 in Utrecht geboren. Zijn vader was Albertus van Duijl en zijn moeder Cornelia Maria Johanna van de Vooren. Hij studeert Geneeskunde in Utrecht en wordt op 6 augustus 1935 benoemd tot Officier van Gezondheid (OvG) bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Op 7 november 1935 trouwt Henk in Zeist met Clara Johanna Geertruida Kuijers en 20 dagen later vertrekken zij met het motorschip Sibajak naar Nederlands-Indië. Na 2 maanden in Magelang (midden Java) volgt overplaatsing naar Mamoedjoe, een buitenpost op West Celebes. Hier is zijn oudste zoon Lambertus Albertus (Bert) geboren. Het gebied was pas in 1907 onder Nederlands bestuur gekomen en het leger was onder meer verantwoordelijk voor de ontwikkeling van de medische infrastructuur. In november 1938 volgt overplaatsing naar Batavia, waar zijn tweede zoon Albertus (Ab) geboren is. In februari 1940 gevolgd door overplaatsing naar het Detachement Atamboea gelegerd op het oostelijk deel van Nederlands Timor dat grenst aan Portugees Timor. De commandant van het detachement was kapitein C.L.E.F. van Swieten. Tot aan de landing van de Japanners op Timor in februari 1942 is hij, buiten legerarts, vooral arts voor de bevolking in dat gebied dat zo groot is als de provincies Groningen en Drenthe (ongeveer 5000 km2). Het leger was verantwoordelijk voor het binnenlands bestuur (BB) in het gebied. De assistent controleur van het BB en de dokter maakten te paard hun maandelijkse tournees om de bevolking voor te lichten, hen bij hun moeilijkheden te helpen en geneeskundige hulp te verschaffen. De komst van de dokter naar de poliklinieken (bemand door één of meer verplegers) werd te voren bekend gemaakt. Zelfs vanuit Portugees Timor kwam de bevolking om zich bij de poliklinieken te verzamelen. Bij een lokale uitbraak van een besmettelijke ziekte kwam Henk van Duijl onmiddellijk voor inentingen. Door de uitgestrektheid van dit gebied was er volop werk. De Japanse dreiging neemt toe en ook het detachement Atamboea neemt maatregelen.

Opvang gevluchte KNIL en Australische militairen
Op 20 februari 1942 wordt het detachement Atamboea geïnformeerd over de Japanse landingen bij Koepang en Dilly, respectievelijk de hoofdsteden van Nederlands- en Portugees Timor. Drie dagen later komen ongeveer 250 gevluchte Australische militairen en enkele KNIL-militairen vanuit Soë in Atamboea aan. De Australische militairen worden door Henk van Duijl tegen bacillaire dysenterie ingeënt. Op 27 februari komt Henk van Duijl de 155 vanuit Dilly teruggetrokken KNIL-militairen bij de grensplaats Laharoes bij Portugees Timor tegemoet en regelt het transport van de druppelsgewijs binnenkomende troepen naar het kampement bij Atamboea. Bij deze KNIL-troepen bevindt zich ook de Officier van Gezondheid The Bing Tjouw, die vier maanden na van Duijl in Indië was gearriveerd. Twee dagen later wordt besloten dat de KNIL-troepen, waaronder die van het detachement Atamboea, zouden worden opgesplitst in groepjes van 6 tot 9 man en zich in het binnenland zouden verspreidden. Dit omdat de Japanners in aantocht zouden zijn. In het hospitaaltje bij het kampement waren de inheemse ziekenverplegers uit Dilly ondergebracht. Ook zij trokken de volgende dag de binnenlanden in, zelfs met achterlating van hun verbandtassen. Dokter van Duijl nam de beste verbandmiddelen mee en gaf de geweren aan de sergeant van de genie. Verder maakt hij voor elke groep een verbandtrommel gereed. Het nog ingerichte hospitaaltje wordt daarna niet meer gebruikt en Henk van Duijl kon bij zijn vertrek op 1 maart uit Atamboea zijn geneeskundige uitrusting niet meenemen. Na het vertrek uit Atamboea wordt deze stad en het kampement door Timorezen uit ongunstig bekend staande streken geplunderd. Henk van Duijl, die nog vrij dicht bij Atamboea verbleef, zond zijn kok te paard naar Atamboea om zijn Javaanse djongos (huisbediende) op te halen en vernam toen wat er in Atamboea gebeurt was. Maar ook dat de Japanners Atamboea nog steeds niet hadden bereikt.

In januari 1942 was de mogelijkheid van luchtacties bij het vliegveld (Haliwen) en het kampement bij Atamboea niet uitgesloten. Met behulp van de heer Schulte Nordholt, Controleur van Noord-Midden Timor, werden toen de Europese vrouwen en kinderen, waaronder Clara met hun zoons Bert van 5 en Ab van 2 jaar, en Aat, de vrouw van kapitein van Swieten, met kinderen, geëvacueerd naar Eban, een stad gelegen op het midden van Nederlands Timor nabij de Portugese enclave Ocussi.  Op 15 maart 1942 zond Henk van Duijl zijn kok naar Eban, maar de Europese vrouwen en kinderen waren inmiddels te paard gevlucht naar de Portugese enclave Ocussi. Ab zat bij de dochter en Bert bij de zoon van kapitein van Swieten op het paard. Zonder steun van Aat had Clara de reis niet gemaakt kunnen hebben. De teruggekeerde kok deelde Henk van Duijl mee dat de vrouwen en kinderen door de Nederlandse Controleur in Ocussi goed waren opgevangen.

Op verzoek van kapitein van Swieten keert van Duijl op 28 maart in Atamboea terug. Maar op 31 maart trekken de Japanners de herstelde Temmefbrug over en naderen de volgende dag Atamboea. De net verzamelde KNIL-militairen vluchtte toen weer de binnenlanden in. Henk van Duijl en zijn metgezellen trokken naar Fatoe Malakka, een grensplaats. Daar werd vernomen dat vrijwel alle Nederlandse militairen inmiddels in Portugees Timor waren. Aangekomen in Forèn, Portugees Timor, troffen zij daar KNIL-officieren aan.

De Japanners hadden inmiddels ook de Portugese enclave Ocussi in Nederlands Timor bezet. Clara en de 2 kinderen werden vanuit de Portugese enclave door de Japanners overgebracht naar Atamboea en daar geïnterneerd. Later werden zij overgebracht naar Soë en van daaruit via Koepang naar het werkkamp Kampilie bij Makkasar op Celebes. Clara werkte in de naaikamer: zij kleedde de Japanse marine.

Hergroepering in Portugees Timor
Half april 1942 lukt het in Portugees Timor ruim honderd en vijftig man Nederlandse troepen te verzamelen, die in afdelingen werden verdeeld. Deze afdelingen bezetten de plaatsen Tilomar, waar ook het Nederlandse hoofdkwartier was, Forèn en Dacola. De drie plaatsen bevonden zich in de Zuidwesthoek van Portugees Timor. Ten oosten van dit gebied waren de Australiërs gelegerd, eveneens verspreid over een aantal plaatsen tot nabij Dilly. Door de grote verspreiding van de afdelingen en pelotons reisde de twee Nederlandse artsen veel. Het verbandmateriaal begon op te raken, omdat de militairen gemakkelijk verwondingen opliepen bij het lopen door het woeste terrein op versleten schoeisel.

Kapitein van Swieten in zijn Verslag van het Detachement Atamboea gedurende de oorlog met Japan:
Voor de vrouwen en kinderen werd te Lolotoi een vrouwenkamp ingericht, zodat de mannen hun gezinnen in goede handen en veilig wisten. Door allen werd dan ook opgewekt de zware wacht- en patrouilledienst gedaan, terwijl een mogelijke transporten zoveel mogelijk gebruik werd gemaakt om de gehuwden voor een dagje naar hun gezinnen te sturen. Zelfs is daar nog een kleine Timorees geboren (zoon van een weder in dienst getreden gepensioneerd Timorees Infanterist 1ste kl.) met volledige hulp van een OvG van DUIJL

Henk van Duijl reisde te paard en was praktisch geen twee dagen achtereen op een plaats.

Het Augustus offensief.
Op 9 augustus bombardeerden Japanse vliegtuigen het Hoofdkwartier van de Australiërs te Mape en de havenplaats Beco. Daags daarna werden door alle posten grote vijandelijke colonnes gezien. Aanvankelijk concentreerden de Nederlanders zich in Maucatar. Doch toen vernomen werd dat de Japanners met duizenden uit Nederlands Timor kwamen, werd besloten terug te trekken op Lolotoi. Henk van Duijl vertelde hierover het volgende:

Japanse soldaten, foto genomen door Henk van Duijl vanuit een hoog liggend huis van een Timorees

Ik kreeg dorst en ging naar een dichtbij gelegen kampong, die geheel door de bewoners verlaten was. In een der grootste huizen stond een aarden kruik vol met water. Toen ik het huis ging verkennen, vond ik aan de andere kant ervan een deur. Ik stapte naar buiten en bevond me toen op de rand van een grote rots. Naar beneden kijkend zag ik tot mijn verbazing de Japanners vlak onder me over de weg marcheren. Met een bren had ik verschillende Jappen kunnen neerschieten.

De dokter bleef de nacht na de overval op Lolotoi dicht bij deze plaats, omdat kort voor de aanval daar twee zieken waren aangekomen. Later bleek, dat deze zieken al lang weg waren. Henk van Duijl vertelde over het vervolg het volgende:

Samen met twee inheemse soldaten, een Australiër, een Chinees en een zoon van een Timoreese soldaat vertrokken wij naar Maucatar. Op de weg van Lolotoi naar Maucatar troffen wij verschillende voorraden aan, die daar door Australiërs waren achtergelaten. Ik beschikte nu weer over enige flessen kinine en een hoeveelheid verbandmateriaal. Dicht bij Maucatar verborgen wij ons in het struikgewas. Vanaf een heuvel hadden wij een goed uitzicht op de weg vanaf Lolotoi. Nog geen uur later zagen wij een colonne Japanners aankomen. De metgezellen renden het bos in. Ik bleef alleen achter. In de rivier beneden hem hoorde ik de Jappen schreeuwen, die zich blijkbaar in het water verfristen. Bij een nabij gelegen kampong kreeg ik te eten: ze hadden vroeger van de 1.87 lange Hollandse dokter (mij) gehoord. Daarna trok ik door naar Lebos, waar ik vroeger ook kwam. Bij een bekende Portugese telefonist kreeg ik te eten en op advies trok ik verder. Die avond werd door de Japanners de huizen in Lebos platgebrand. Bij een nabijgelegen berg trof ik 35 KNIL-militairen aan. In een nabijgelegen koffietuin werd overnacht en de daaropvolgende dag werd besloten dat de groep zich in 3 pelotons zouden opsplitsen. Ik werd aan het grootste peloton van een luitenant toegevoegd. De groep van een sergeant majoor (Boomsma) werd door Timorezen in de val gelokt. Twee doden, een zwaar en een licht gewonde soldaat.

In Alas had de Australische legerarts Captain C.R. Dunkley een hospitaal ingericht. Henk van Duijl kon daar de ernstig zieken achterlaten. Enkelen van hen zijn naar Australië overgebracht.

In Mape volgde de samenvoeging van gevluchte KNIL-militairen. En toen begon de mars van deze KNIL-militairen, waaronder Henk van Duijl, naar Viqueque, een plaats aan de zuidkust van midden Portugees Timor. Een landschap met aaneengesloten bergen van wel 1000 m hoog. Velen noemde de terugtrekking uit Dilly naar Atamboea kinderspel vergeleken bij deze trek door Portugees Timor. Op 10 september 1942 kreeg een deel van de uit Mape gevluchte KNIL-militairen opdracht om terug te keren naar Same, Bobonaro en Lolotoi, de verschrikkelijke weg terug. Ze werden samengevoegd met de daar achtergebleven KNIL-militairen, de Westelijke groep.

De strijd bij Ossu
Ook op 10 september 1942 kregen 52 KNIL-militairen opdracht de weg tussen Baucau, gelegen aan de noordkust 100 km ten oosten van Dilly, en Viqueque/Biaco te verdedigen. Luitenant Zijlstra werd commandant van deze sectie (de Oostelijke groep) en Henk van Duijl werd toegevoegd aan deze sectie. De weg is ongeveer 80 km lang. Op ongeveer het midden van deze weg, in Ossu, werd het hoofdkwartier gevestigd. Bij Biaco bevonden zich ongeveer 20 KNIL-troepen en bij Viqueque een klein groepje. Dokter van Duijl en zijn Javaanse ziekenverpleger moesten te paard de diverse goed verborgen KNIL-posten bezoeken. In het gebied bevonden zich ook enkele Australische en Engelse special forces met een radiozend- en ontvangtoestel. Ook die militairen werden door Henk van Duijl verzorgd. Op 16 september 1942 werd door de Ossu-sectie een groot succes geboekt:

‘In hinderlaag werd aan ene overmachtige Japanse afdeling verliezen toegebracht van 24 doden en enige voertuigen.

Dokter van Duijl had in deze periode niet veel patiënten, doch deze waren verspreid over een groot gebied. Meermalen kwam er ’s nachts een telefoontje dat hij bij een zieke moest komen. Erg geriefelijk reisde de dokter niet, daar hij zijn zadel tijdens voorafgaande acties kwijtgeraakt was en met een kussentje op een paard zat. In plaats van stijgbeugels werd een stuk touw met twee lussen aangewend. Van de Engelsen kreeg de dokter medicijnen, die hij voor zijn Hollandse patiënten goed kon gebruiken.

KNIL-soldaten in Timor. Foto genomen door Henk van Duijl.

De Japanners werden in de tweede helft van november 1942 steeds actiever op Timor. Hun colonnes volgden nu ook kleine bergpaadjes. Een voordeel van de geallieerden was, dat de Japanners de kampongs al schietend binnen kwamen. Zo hadden de geallieerden steeds gelegenheid te ontsnappen.

Op 25 november 1942 kreeg de oostelijke groep opdracht om vanuit Viqueque in de nachturen zich naar de westelijke groep te begeven. Met een malariapatiënt gezeten op het paard kwam de dokter nog op tijd in Viqueque aan. De nachtmarsen in het open veld vielen wel mee, doch in de uitgestrekte bossen ging de tocht voetje voor voetje. Er waren verschillende zieken, die vanzelfsprekend niet achtergelaten konden worden. Na vijf nachten lopen kwam de groep in Fatu Kuak aan waar zich een deel van de Westelijke groep bevond. Het werd bekend dat alle guerrilla’s zouden worden geëvacueerd. Die middag marcheerde de gehele KNIL-groep, totaal 191 man, naar het kustplaatsje Betano, ongeveer acht kilometer van Fatu Kuak. De KNIL-militairen uitten hun verwondering over het zien van zoveel mensen bij elkaar. Door de maandenlange verspreiding in kleine groepjes was hun verbazing wel begrijpelijk. De evacuatie in de nacht van 30 november mislukte, alleen een deel van de Portugese vrouwen en kinderen kon aan boord van een Australische corvet worden meegenomen. Een 2e evacuatie mislukte geheel.

De evacuatie van Timor naar Australië
Op 10 december mocht niet eerder worden afgemarcheerd dan ’s avonds elf uur. Het was die nacht stikdonker. Het pad wat gevolgd moest worden, was erg smal en liep langs vele ravijnen. Verdwalen betekende op Timor achterblijven, wat op dit tijdstip zeer riskant was.

Sergeant zoeklichtenbedienaar Jacob Bakker in zijn verslag:
Door een verraderlijke lichtinval over de karangsteen in de bergen, afkomstig van de spaarzame sterren aan de hemel, was het voor degene die aan nachtblindheid leden, een bijna niet te overkomen opgave. Op een gegeven moment had ik zes militairen aan mijn karabijnriem hangen, waaronder ook Dr. Neeb en de brildragende arts Dr. Van Duyl.

Het wachten duurt altijd lang, doch in dit geval leek het uren. Evenals tijdens de eerste keren werden op het strand drie grote vuren ontstoken. Eindelijk werd vanuit de zee een geluid gehoord als van een naderende boot. Ook werd het geluid van het anker en het uitzetten van roeiboten gehoord. De roeiers telden bij het roeien, wat op de kust door de wachtende Nederlandse militairen werd gehoord. “Een – twee, een – twee”, dat was Nederlands, dus moest de boot ook een Hollands schip zijn. De Inscheping verliep zeer vlot, de Australische en Nederlandse guerrilla’s hadden praktisch geen bagage. Van de schepelingen vernamen de militairen, dat de boot de torpedobootjager Tjerk Hiddes was. Alle wachtenden op de kust konden op deze boot.

Periode Australië (1943 -1946)
In Australië wordt Henk van Duijl ingedeeld bij het 3e (Timor) Compagnie op Darley Camp in de Staat Victoria. Net als alle andere Timor 1942 KNIL-strijders ontving Henk van Duijl het Ereteken voor bijzondere krijgsbedrijven met gesp “Timor 1942”. Op 6 augustus 1943 wordt Henk van Duijl bevorderd tot OvG eerste klasse bij de Militair Geneeskundige Dienst.
In de periode januari – juli 1944 is Henk van Duijl met een KNIL-detachement onder dekking van NEFIS op patrouille in het noordelijk deel van Nederlands Nieuw-Guinea. Hier is het lopen met een kapmes door de rimboe op jacht naar Japanners. In zijn vrije uurtjes maakt hij een schaakspel van hout uit de rimboe. In juli 1944 wordt Henk van Duijl geplaatst in het Nederlandse Victory Camp te Casino, ten westen van Brisbane.

Het werkkamp Kampili op Celebes wordt in juni 1945 gebombardeerd door de Geallieerden waarna zijn echtgenote, Clara, en kinderen, Ab en Bert, worden overgebracht naar een boskamp. In september 1945 worden zij overgebracht naar Makassar en drie maanden later gingen ze met een vliegtuig naar Brisbane. In een huisje op palen wachtten op hun man en vader.

Bert zei tegen mijn moeder Clara: daar komt een vreemde man aan. Clara antwoordde: Jonge, dat is je vader!

Henk bracht Clara, Bert en Ab met een auto naar een woning van de Nederlandse kazerne in Casino.

Periode Nederlands Indië 1946-1950 en Nederland 1950-1972
Omstreeks juni 1946 zijn Clara, Bert en Ab naar Nederland gegaan en tot juni 1948 wonen zij in bij haar ouders in Zeist. Van oktober 1946 tot november 1949 is Henk van Duijl legerarts in Tomohon (Noord-Celebes). Hij keurt Minahassers, een etnische groep in Noord-Celebes, voor het KNIL en maakt tournees voor de burgerbevolking in afgelegen gebieden en eilandjes bij Noord Celebes. In juli 1948 wordt het gezin herenigd en woont tot november 1949 in Tomohon. Op 11 juni 1949 is Henri Vincent, de jongste zoon van Henk en Clara, geboren. Vijf maanden later wordt Henk van Duijl overgeplaatst naar de stad Pare Pare op Zuid Celebes. Buiten de schoolvakanties verbleef zijn oudste zoon Bert bij een familie in Makassar op Zuid Celebes om de HBS te kunnen volgen.
In juni 1950 keert het gehele gezin van Duijl terug naar Nederland en woont in Zeist. In juli 1950 treedt Henk van Duijl in dienst van de Koninklijke Landmacht en is in 1959 hoofd van de sectie Geneeskunde in de Seeling kazerne te Breda. Volgens een geheim antecedentenlijst van het leger  had hij op 2 maart 1959 de rang van luitenant-kolonel-arts. Henk van Duijl bleef na zijn pensionering als burgerarts deeltijds doorwerken voor het leger in Utrecht en was betrokken bij (oud-)personeel die medisch schade hadden geleden. 

Henk en Clara hadden wel veel contact met kennissen en vrienden uit Nederlands-Indië. En volgens zijn zoon Bert praatte Henk van Duijl dan graag over de grappige situaties in Timor, maar nooit over zijn werk als arts.

Clara is op 3 mei 1975 in Utrecht overleden en Henk van Duijl op 6 september 1985.

Onderscheidingen
Buiten het Ereteken met gesp Timor 1942 ontving Henk van Duijl de volgende onderscheidingen:

  • Oorlogsherinneringskruis;
  • Ereteken voor Orde en Vrede en
  • Officierskruis.

Bronnen

  • http://vanduijl.nl/ , website van Ab van Duijl met daarin het uitgewerkte door Henk van Duijl geschreven verhaal over Timor met aanvullingen en verbeteringen.
  • Stamboek (gedeeltelijk) van Hendrik van Duijl
  • Verslag van Adjudant onderofficier A. Hoornweg over Timor 1942, opgemaakt 28 juli 1948 te Hollandia

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *