Skip to content

Karabijnmitrailleur

Auteur: Gerard van Haren

Met dank aan: Lt. Kol. Georg van der Most, Museum Regiment van Heutsz   

PAGINA ONDER CONSTRUCTIE

karabijnmitrailleur Madsen M39

Situatie op Portugees Timor

De 3e Compagnie van VIII Infanteriebataljon nam deel aan de Timor-Dilly Expeditie. Deze Cie had de beschikking over 3 secties met karabijnmitrailleuren (k.m.n.) / karabijnmitrailleurs M39 van het fabricaat Madsen. Ook het detachement Koepang leverde 2 secties k.m.n. Een sectie bestond uit een sectie-commandant (sergeant 2e klasse), een schutter, een assistent schutter en 5 handlangers.  De sectiecommandant en de mitrailleurschutter droegen elk een pistool. De handlangers droegen een geweer of karabijn.

Luitenant-kolonel Nortier schrijft in de Bezetting van Dilly, Portugees Timor, op bladzijde 59, dat de KNIL-troepenmacht bij het begin van de bezetting 14 karabijnmitrailleurs ter beschikking hadden.

Luitenant Stoll vermeldt in zijn verslag: Japansche aanval op TIMOR – DILLY 19 Februari 1942; 23.00 het volgende over de verdeling van de k.m.n over de verschillende stellingen:

  • Arendsnest: 1 km groep uit Koepang
  • Consul: 1 km groep Koepang
  • Skola Tjina: 1 km groep Inf VIII
  • Oedjoeng: 1 km groep uit Atamboea
  • Blakang Staf: 1 km groep (Atamboea)
  • Wisselstelling Skola Tjina 1 km groep Inf VIII

Naar aanleiding van de strijd bij het vliegveld op 20 februari 1942 ontving fuselier J.F. Dengah voor het rustig en oordeelkundig bedienen van zijn k.m. en hierdoor sterke Japanse afdelingen geruime tijd het doordringen in de opstelling te beletten en hen zware verliezen toe te brengen, het Bronzen Kruis.
Zijn sectiecommandant, Sergeant Stinkers, komend uit de loopgraaf, werd in zijn long geschoten en overleed een paar dagen later.

Op 12 april 1942 schrijft de Expeditie-commandant van Straten in zijn dagboek het volgende:

Bericht dat [op 8 april] de sgt Manopo bij Tobuki met zijn groep slag geleverd heeft tegen de Japs. Had opdracht van Breemouer om aan te sluiten, maar was eigenwijs. Hij zelf gesneuveld en de rest van zijn groep krijgsgevangen. Zeven automatische wapens, die ik zoo hard noodig heb, naar de haaien.

In het Dagboek Nederlandsche troepen te Timor, vanaf 28-3-1942 staat op 20 april 1942 het volgende:

Bericht van Schreuder: 1 karabijnmitrailleur achterhaald maakt dus totaal 4 kmn.

Maar met 4 karabijnmitrailleurs of -mitrailleuren kun je geen guerrilla-oorlog voeren.

Op 20 april 1942 levert A.O.O. Hiskemuller de eerste Australische wapens af:  15 automatische wapens, 1 mitrailleur en 16 blikken munitie. Als aanvulling op de 4 M39 krijgen de KNIL-troepen op Timor de beschikking over Brenguns/Bren LMG. Op 8 juni 1942 worden de volgende 5 Brens afgeleverd.  

Op 16 september 1942 wordt een Japans konvooi door luitenant Meis en zijn mannen tussen Vinelale en Ossu in de val zijn gelokt. De Japanners moesten, na hevige verliezen te hebben geleden, terugtrekken. Oel Reintjes met zijn Bren speelde daarbij een belangrijke rol, Hij kreeg hiervoor het Bronzen Kruis.

Madsen machinegeweer (Bron Wikipedia)

De Madsen is een lichte mitrailleur in 1896 ontworpen door de Denen Vilhelm Madsen (1844-1917) en Julius Rasmussen (1838-1908).

De Madsen was bijzonder omdat hij als een van de weinige machinegeweren een magazijn had dat boven op het wapen was geplaatst, vergelijkbaar met de Britse Bren LMG (light machine gun). Deze mitrailleurs worden meestal liggend afgevuurd en hebben een tweepoot.

Sedert 1915 was bij het KNIL de geweermitrailleur Madsen, totale lengte 1145 mm, in gebruik en later (1939?) kwam daar nog een korte versie bij: de karabijnmitrailleur Madsen, totale lengte @ mm. Beide wapens waren ingericht voor de Nederlandse patroon 6,5 x 53 R. Vuursnelheid 450 schoten/minuut.

Bren LMG (Bron Wikipedia)

Bren Bron Wiki

De Bren LMG, ook wel genoemd Brengun, was een Britse volautomatische lichte mitrailleur. Het vuurwapen werd van 1938 tot 1958 gebruikt door het Britse leger en anderen. Net als op de Madsen zat de patroonhouder boven op het wapen. Een standaard patroonhouder (magazijn) voor een Bren LMG kon maximaal 30 patronen kaliber .303 British (7,7 x 56 R) bevatten. Dezelfde munitie als die voor het Lee Endfield geweer. De Bren LMG was 633 mm lang en woog 10,35 kg. Tijdens het vuren maakte de schutter meestal gebruik van de tweepootaffuit. De richtmiddelen zitten naast de loop van het wapen, omdat de patroonhouder boven op het wapen zit. De positie van het vizier heeft als bijkomend voordeel dat de schutter bij het richten geen last heeft van luchtwervelingen door de hitte-uitstraling van de loop.

De naam Bren is afgeleid van de Tsjechische wapenfabriek Brno, waar het wapen was ontwikkeld en de Engelse wapenfabriek te Enfield, waar het wapen in licentie werd gemaakt.


Notities

Een reactie plaatsen

Your email address will not be published. Required fields are marked *